Salaris of dividend uit je BV?
Vul het extra bedrag in waar je over twijfelt. De tool rekent uit wat dat netto oplevert via salaris tegenover dividend.
Gegevens
Bruto bedrag: als extra salaris (eventueel deels onbelast onder de 30%-regeling), of als vpb-plichtige winst die je als dividend uitkeert.
30% van het bruto salaris is onbelast, tot €262.000 (WNT-norm 2026). Zie Aandachtspunten voor de interactie met het gebruikelijk loon.
Ander belastbaar inkomen naast het salaris hierboven, buiten de 30%-regeling.
Bepaalt of het extra bedrag in de lage (19%) of hoge (25,8%) vpb-schijf valt. Niet inclusief het bedrag hierboven.
Bepaalt hoeveel van je lage box 2-schijf nog vrij is.
Fiscaal partner
Box 2-inkomen is voor fiscale partners in beginsel vrij onderling toerekenbaar, ongeacht het aandeelhouderschap.
Uitkomst
| Salarisroute | Bedrag |
|---|
| Dividendroute | Bedrag |
|---|
Aandachtspunten
- →Gebruikelijk loon is een harde eis, geen alternatief. Je totale salaris, inclusief een eventuele extra onttrekking als salaris, moet voldoen aan de gebruikelijkloonregeling (art. 12a Wet LB): minimaal het hoogste van €58.000, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of het loon van je best verdienende werknemer. Voldoet je huidige salaris hier niet aan, dan is dividend voor dat deel geen optie: eerst moet het salaris naar het verplichte niveau.
- →Uitkeringstoets (art. 2:216 BW). Dividend mag alleen als de BV na de uitkering aan haar opeisbare verplichtingen kan blijven voldoen. Niet getoetst in deze tool.
- →Excessief lenen. Lenen van je eigen BV boven ongeveer €500.000 wordt fiscaal als dividend behandeld.
- →Financiering en hypotheek. Banken rekenen doorgaans met salaris, niet met dividend, bij het bepalen van leencapaciteit.
- →Pensioenopbouw. Alleen salaris bouwt, in combinatie met een pensioenregeling, pensioen op.
- →Spreiden over jaren. Vaak is de echte vraag niet salaris versus dividend, maar dividend nu versus gespreid over meerdere jaren, om herhaald van de lage box 2-schijf te profiteren.
- →Waarom het salaristarief hoger kan uitvallen dan de schijf. Boven €29.736 bouwt de algemene heffingskorting af, boven €45.592 ook de arbeidskorting. Beide tellen op bij het nominale schijftarief, waardoor het marginale tarief tussen €78.426 en €132.921 kan oplopen tot circa 56%.
- →Hoe de dividendlast is opgebouwd. Vpb: 19% tot €200.000 winst, 25,8% daarboven. Box 2: 24,5% tot €68.843 per persoon, 31% daarboven. Beide lage schijven gecombineerd: circa 38,8% effectief. Beide hoge schijven: circa 48,8%.
- →30%-regeling: gebruikelijk loon. De €58.000-norm geldt op het belaste deel van het salaris, niet op het bruto totaal inclusief de onbelaste vergoeding. Met een 30%-regeling is dus een hoger brutosalaris nodig om nog aan de norm te voldoen.
- →30%-regeling: reikwijdte. Geldt alleen als de regeling daadwerkelijk is toegekend door de Belastingdienst (salariseis 2026: €48.013, of €36.497 onder de 30 jaar met masterdiploma). Vanaf 2027 daalt het percentage naar 27% met hogere salarisnormen voor nieuwe gevallen. De vroegere partiële buitenlandse belastingplicht voor box 2/3 is per 2025 afgeschaft en niet in deze tool verwerkt.
- →Toepasselijke regelgeving. Gebaseerd op de Wet IB 2001, de Wet Vpb 1969, de Wet LB 1964 en het Belastingplan 2026. Tarieven en heffingskortingen kunnen na publicatie in het Staatsblad nog wijzigen.
- →Reikwijdte AOW. Deze tool gaat uit van een DGA die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt. Voor AOW-gerechtigden gelden afwijkende tarieven en heffingskortingen die hier niet zijn verwerkt.